"In elke raad een agressieprotocol, zo snel mogelijk"

Foto Eline Lauret

Praten over een bedreiging, ervaringen delen binnen de lokale democratie, het moet gemeengoed worden, vindt Eline Lauret, raadslid in Nijmegen. ‘Het moet duidelijk zijn dat iemand zich gezien voelt en erkend wordt in zijn ervaring.’

Ganzen die met hun zwemvliezen een grote afstand op hard asfalt liepen, een varken dat door de hoeven heen zakte door oververhitting en niet de juiste zorg kreeg. De dieren die drie jaar geleden gedwongen werden mee te lopen in een optocht in Nijmegen leidden er uiteindelijk toe dat Eline Lauret en haar fractievoorzitter, raadsleden namens de Partij voor de Dieren, een bedreiging naar hun hoofd geslingerd kregen. Want zij waren het die de ellendige toestand waarin de dieren verkeerden filmden. ‘Als jullie ook maar iets publiceren op internet, kom ik jullie kop verbouwen’, beet de eigenaar van de dieren hun toe, terwijl hij een foto van de twee raadsleden maakte.

‘Ik was nog maar net raadslid en wist dat ik met dit soort zaken te maken kon krijgen’, vertelt Lauret. ‘Die eerste keer kun je maar gehad hebben, dacht ik toen nog, terwijl ik vol adrenaline zat. Maar pas later besefte ik dat het iets met me had gedaan. De weken daarna lette ik extra op, keek beter om me heen, als ik thuiskwam keek ik of iemand zich verdacht gedroeg in de straat en ik vroeg me af of ik ’s avonds de gordijnen beter dicht kon doen.’

Overdonderd

Ze was overdonderd door de bedreiging, zegt ze, maar nog meer overdonderd was ze door de eerste reactie van ‘haar’ burgemeester. ‘Daar zul je het zelf wel naar gemaakt hebben’, had hij gereageerd, toen ze hem het voorval vertelde. Met de toevoeging: ‘Je kunt natuurlijk aangifte doen of een melding maken, maar je kunt beter met die man gaan praten.’ ‘Met die man gaan praten? Misschien had hij gelijk, maar de bedreiger was in mijn ogen een wrede man met wie ik op dat moment niets te maken wilde hebben. Ik voelde me in dat gesprek niet gezien en te weinig serieus genomen door deze burgemeester.’

Lauret denkt dat haar signatuur daar mede de oorzaak van is. ‘Deze burgemeester vindt een Partij voor de Dieren eigenlijk onzin. Ik denk dat hij misschien anders gereageerd zou hebben als ik van een andere partij was geweest. Ook heeft hij zelf nog veel heftigere bedreigingen meegemaakt, waaronder een varkenskop in de tuin. Hij gaat daar op een stoere manier mee om, misschien vindt hij dat anderen dat dan ook moeten kunnen? Maar iedereen reageert anders. Wat voor de een ”klein bier” is, is voor de ander heftig.’ Na het incident heeft Lauret intern gevraagd om een agressieprotocol ‘Omgaan met agressie in de raad’. Dat zou opgesteld worden, maar drie jaar later ligt er nog niets. Daarom bereidt ze nu een initiatiefvoorstel voor.

Hoe bestuurders idealiter moeten reageren? ‘Een uitspraak als dat ik het er zelf naar gemaakt zou hebben kan natuurlijk niet. Dat is hetzelfde als wanneer je een meisje met een kort rokje de schuld geeft van het feit dat ze aangerand wordt. Ik heb aangifte gedaan, maar had graag willen horen dat de burgemeester me steunde in de aangifte, of dat de gemeente als organisatie ook aangifte had gedaan.’

Taboe

In de raad heeft ze er met een paar raadsleden over gesproken, ook haar fractiegenoten wisten ervan. ‘Het onderwerp lijkt binnen de raad een taboe. De meesten weten niet van elkaar wie het ook ooit meegemaakt heeft. Het hoort erbij, wordt vaak gedacht. Ik kreeg opmerkingen als: ‘Alles wat je aandacht geeft groeit’ en ‘Je moet er gewoon mee dealen en het van je schouders af laten glijden’. Het leek wel alsof sommigen vinden dat je zwak bent, als je erover wilt praten of er last van hebt.’

Een open gesprek met elkaar zorgt er juist voor dat je je eigen ervaring een plaats kunt geven, denkt Lauret. Maar ook: ‘Wie weet laten raadsleden hun stemgedrag beïnvloeden omdat ze bang zijn? Dat gevaar loop je als je het niet openlijk bespreekbaar maakt. Agressie en intimidatie zijn de bijl aan de wortel van de democratie. Ook om die reden moet bekend zijn wie er bedreigd wordt of is geweest binnen de raad, net zoals nevenfuncties bekend moeten zijn. En vooral is het vanuit menselijk oogpunt belangrijk dat we ervaringen kunnen delen en steun kunnen geven aan elkaar. Als je bang bent voor de reactie van de ander, bestaat het gevaar dat je je nog meer alleen voelt staan.’

Cordon sanitaire

Toen Lauret drie jaar geleden geïnstalleerd werd als raadslid was er aandacht voor onderwerpen als integriteit en ondermijning. Maar hoe persoonlijk om te gaan met agressie en intimidatie stonden nauwelijks op de agenda en nog steeds niet. ‘Wat mij betreft komt er zo snel mogelijk een agressieprotocol, zodat je voorbereid bent als er iets gebeurt. Een soort routekaart waarop je kunt zien welke maatregelen je zelf kunt nemen ter bescherming. Zoals je naambordje bij de deur weghalen, je adres nergens achterlaten of, zoals ik zelf heb gedaan, een partijposter van je raam weghalen. Ook zou zo’n agressieprotocol duidelijkheid moeten geven over welke vervolgstappen je kunt zetten en bij wie je terecht kunt om te praten Een achterwacht vanuit de raad bijvoorbeeld om elkaar te steunen, die als een cordon sanitaire om je heen gaat staan, zodat je je serieus genomen en beschermd voelt.’

Helaas is de werkelijkheid anders, zucht Lauret. Ze vraagt zichzelf af wat erop tegen is om dit soort onderwerpen met elkaar te delen. ‘Als je iets deelt, ben je niet zwak. Integendeel. Als collega’s zouden we en masse moeten vinden dat agressie en intimidatie niet kunnen en dat raadsleden die dat overkomt onze steun verdienen, ongeacht hun politieke kleur. Het moet duidelijk zijn dat iemand daarin gezien wordt en erkend, desnoods in een besloten vergadering.’

Menselijke kant

Lauret mist vaak de menselijke kant in het verhaal. ‘Er wordt nog wel gesproken over wel of geen aangifte doen, maar wat het met iemand zelf doet komt niet aan bod. Ik ben opgeleid als psycholoog en vanuit die hoedanigheid ben ik het niet eens met de opmerking dat je maar moet zwijgen en het maar van je schouders moet laten glijden. Daarom ben ik ook lid van het Ondersteuningsteam, om juist over die menselijke kant een gesprek te voeren.’

‘Er is nog een wereld te winnen. Raadsleden zetten zich dag en nacht in om hun stad te verbeteren, maar krijgen vooral onderwaardering terug. Er mag meer waardering en respect zijn voor zaken die “collateral damage” zijn. Daar horen agressie en intimidatie ook bij.’

Iets feller: ‘Als raadslid besef je niet altijd wat er op je af kan komen als het gaat om agressie en intimidatie, dus daar moet meer informatie over gegeven worden. Maar ook over grote belangen die soms spelen, of politieke spelletjes die gespeeld worden.

Democratie is de dupe

Tot nog toe is Lauret namens het Ondersteuningsteam één keer ingezet als gesprekspartner voor een raadslid dat met bedreiging te maken heeft gehad. ‘Het moet behoorlijk heftig zijn voordat iemand om hulp vraagt helaas. Daarnaast is deze ondersteuningsmogelijkheid door de Vereniging voor Raadsleden nog te weinig bekend’, verklaart ze het uitblijven van een hulpvraag. ‘Terwijl een gesprek écht kan helpen, juist met een onafhankelijk iemand. Daarnaast genereert het ook meer aandacht voor het onderwerp, zodat we in gezamenlijkheid een actieplan kunnen opzetten. Hoe meer mensen hun ervaringen delen, hoe meer zicht er komt op de aard van bedreigingen en vanuit welke hoeken ze komen. Waarbij het natuurlijk altijd aan de persoon zelf is wat wel en niet wordt gedeeld of openbaar wordt gemaakt.’

Uiteindelijk, vindt ze, is niet alleen het raadslid of de bestuurder zelf de dupe van agressie en intimidatie, maar ook de democratie. ‘Een deel van je energie gaat naar een vervelende ervaring, terwijl je die energie ook had kunnen gebruiken voor het raadswerk. Ook op die manier tast het de democratie aan, en een volgende keer vraagt dit raadslid zich af of het raadswerk nog wel passend is voor hem of haar.’

En dus moet er gepraat worden, ze kan het niet vaak genoeg zeggen. ‘Je moet je ervaringen kunnen delen met collega’s, zonder dat er gezegd wordt: “Wees van Teflon, dan gaat het vanzelf weer weg.” Mark Rutte lijkt daar een meester in, maar niet iedereen is hetzelfde, en moet je dat überhaupt willen? Daarbij, je kunt je er nu wel overheen zetten, maar het kan stapelen met andere ervaringen en als er dan over een aantal jaren iets kleins gebeurt, zak je misschien door het ijs. Dat moeten we zien te voorkomen.’
 

Meer informatie

Dit interview is derde in een reeks vraaggesprekken met bestuurders en volksvertegenwoordigers over hoe zij omgingen met agressie en intimidatie maar ook hoe zij ondersteuning geven aan collega's die te maken krijgen met agressie, intimidatie en geweld.

Het interview is gemaakt door Marielle van Bussel in opdracht van het Ondersteuningsteam (Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en Wethoudersvereniging) Netwerk Weerbaar Bestuur.

Contact

Wanneer u te maken krijgt met agressie en intimidatie kunt u 24/7 contact opnemen met het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Het Ondersteuningsteam is telefonisch bereikbaar op 070-373 8314. U komt dan in contact met een van onze vertrouwenspersonen. 

Uit de monitor Integriteit en Veiligheid blijkt dat 35% van de volksvertegenwoordigers in 2019 te maken had met (verbale) agressie en intimidatie. Kajsa Ollongren: ‘Elk incident is er één te veel en heeft een grote impact op de werking van onze democratie. Deze cijfers onderstrepen voor mij het belang van het investeren in de persoonlijke veiligheid van alle decentrale bestuurders en volksvertegenwoordigers.’ De nieuwe Leidraad Veilig bestuur geeft handvatten in verschillende fases.